Controleer of de gevraagde cv-aanvoertemperatuur laag genoeg is ingesteld. Als de aanvoertemperatuur te hoog staat, is het koelvermogen beperkt. Maar wees voorzichtig met té laag instellen in verband met het risico op condensvorming. Een veilige waarde is tussen de 15 en 18 °C.

Controleer ook of de thermostaat begrensd is. In sommige woningen, bijvoorbeeld bij woningcorporaties, is de thermostaat ingesteld met een ondergrens van 21 °C. Lager instellen is dan niet mogelijk.

Voelt de leiding bij de warmtepomp wel koud, maar merk je geen koeling voorbij de verdelers? Dan kunnen de verdelers gesloten blijven, niet goed worden aangestuurd of kan er een blokkade in het afgiftesysteem zitten. Neem in dat geval contact op met je installateur.